Do's en don'ts

Do’s:


1. Surf je suf.
Het heeft geen zin om lukraak de stad in te trekken op zoek naar een kot. Nestel je achter je computer en ontdek wat Brussel te bieden heeft. Een aanbod van bijna 5.000 studentenkamers vind je hier.

2. Kijk en vergelijk.
Neem geen overhaaste beslissingen en ga op bezoek in verschillende studentenkamers. Tijdens de Open Kotdagen en de Br(ik-Kottours in de zomer kan je systematisch koten bekijken en vergelijken. Br(ik stimuleert kwaliteit. Op een kot met het Br(ik-OK quality label zit je goed.

3. Centen tellen.
Bepaal, voordat je op kotenjacht vertrekt, je budget. Bekijk ook goed alle eventuele extra kosten. Is de prijs voor je kot een all-in prijs of betaal je voorschotten voor nutsvoorzieningen?

4. Start je zoektocht naar het ideale kot op tijd.
Elk jaar start de kotenjacht vroeger. Wie steevast zijn of haar droomkot wil vinden, is er dan ook maar beter vroeg bij.

5. Verover Brussel!
Eenmaal gesetteld ben je helemaal klaar om Brussel te ontdekken. Een event dat je zeker niet mag missen is Brussel Brost, hét studentenwelkomstfeest van Brussel en de ideale manier om je medestudenten beter te leren kennen. Neem alvast een kijkje op de facebook-pagina

Don’ts:
1. Teken niet blindelings.
Lees grondig je huurcontract na of vraag je kotbaas naar het Br(ik-standaardhuurcontract. Dat is namelijk een duidelijk huurcontract, zonder zorgen. Je kan deze hier downloaden (nederlandse versie)

2. Blijf niet op je kot.
Klop op de deur van je buur en leer je kotgenoten kennen. Hebben jullie een gemeenschappelijke keuken (gelukkig!): laat je kookkunsten kennen. Na de 330 televisieseries over gastronomie, moet dat wel onderhand lukken.

3. Koop geen dure stadsplannen.
Onze studentenplannen zijn gratis, en vooral geweldig om de buurt rond je campus of kot te leren kennen, met al de beste en goedkoopste eet-, winkel- en drinkadressen die er te vinden zijn. En als je geluk hebt, dan tik je het Caféplan van Brussel op de kop met de 442!! cafés van het centrum.

4. Maak je geen zorgen over je kennis van het Frans.
Er spreken in Brussel echt wel meer mensen Nederlands dan je denkt! En zeker de Marokkaanse kruidenier om de hoek. Ook politie, de stadsambtenaren, … iedereen spreekt of verstaat wel een beetje Nederlands. Lukt het toch niet, dan werkt wat Frans, a bit of Engels of de gebarentaal wel – en als niets helpt kunnen een paar boze blikken wonderen doen.

5. Vrees niet voor lawaai.
Al is Brussel een grootstad, als je er woont of op kot zit, valt het je op dat het opvallend stil kan zijn. En als stadslawaai je studeren toch zou verstoren, de rustige parken of studiezalen zijn vlakbij.